Onderwijskwaliteit eerst

Als student wil jij zoveel mogelijk deelnemen aan hoogstaand onderwijs. Goed wetenschappelijk onderwijs vormt de basis voor het ontwikkelen van een kritische geest. Voor TOF staat onderwijskwaliteit dan ook voorop. Bij elke hervorming, herziening en reorganisatie dient de kwaliteit van jouw onderwijs centraal te staan. Het financieel beleid van de faculteit moet erop gericht zijn de onderwijskwaliteit zoveel mogelijk te waarborgen, ook als het maken van bezuinigingen onvermijdelijk is.

 

1.1 Studiesucces

De afgelopen jaren zijn er verschillende maatregelen ingevoerd onder de noemer van ‘studiesucces’. Onder deze noemer vallen vooralsnog voornamelijk maatregelen die bedoeld zijn om studenten zo snel mogelijk door hun studie heen te loodsen en helaas niet altijd een verbetering van het onderwijs inhouden. De invoering van de uniforme semesterindeling in de vorm van 8-8-4 is hier een goed voorbeeld van. Door deze strikte indeling zijn opleidingen verplicht vakken van een bepaalde omvang aan te bieden. Hierbij is nauwelijks ruimte om naar specifieke behoeften van studenten en docenten te kijken. Volgens TOF moet de semesterindeling aangepast worden op onderwijsinhoud omdat dit het onderwijs ten goede komt. Opleidingen moeten zelf de omvang van hun vakken kunnen bepalen, zodat zij de vakken optimaal kunnen vormgeven. Omdat studiesuccesmaatregelen niet altijd een positief effect hebben op de onderwijskwaliteit, vindt TOF dat er goede evaluaties van deze maatregelen moeten plaatsvinden. De kwaliteit van het onderwijs zou in deze evaluaties de leidende factor moeten zijn. Als uit de evaluatie blijkt dat het onderwijs lijdt onder de maatregel, zal TOF zich hardmaken de maatregel terug te draaien.

Een van de dingen die volgens TOF op een positieve manier bijdraagt aan studiesucces, is goede studiebegeleiding. Tutoren kunnen problemen van studenten vroegtijdig signaleren en hen helpen een oplossing te vinden. Ook studieadviseurs kunnen studenten helpen met persoonlijke problemen, studieplanning en andere studiesucces-gerelateerde zaken. Zo wil TOF bijvoorbeeld de zichtbaarheid van studentenpsychologen verbeteren. TOF vindt het belangrijk dat studiebegeleiding door de faculteit gefaciliteerd wordt, maar vindt dat deze niet verplicht moet worden gesteld.

 

1.2 Keuzeruimte

TOF vindt het heel belangrijk dat studenten hun studie kunnen vormgeven op de manier die zij voor ogen hebben. TOF hecht dan ook veel waarde aan keuzeruimte en vindt het belangrijk dat studenten deze keuzeruimte zo vrij mogelijk kunnen invullen. Zo kan keuzeruimte in de bachelorfase leiden tot verbreding van kennis door een minor of vakken bij andere opleidingen te volgen. Indien studenten willen, moeten ze volgens TOF echter ook de mogelijkheid krijgen zich meer te verdiepen of te specialiseren in een bepaald vakgebied. Keuzeruimte kan dus ook ingezet worden voor verdere specialisatie binnen de eigen opleiding. Momenteel is er de trend dat de UvA de student door middel van minoren proberen te stimuleren om zich te verbreden in plaats van te verdiepen. TOF vindt zowel verbreding als verdieping belangrijk. Noch de faculteit, noch de universiteit moet de student belemmeren bij zijn studiekeuzes.

Ook in de masterfase hecht TOF veel waarde aan keuzeruimte. Masterstudenten zouden volgens TOF voor een deel zelf vakken moeten kunnen kiezen, zodat zij een specialisme kunnen ontwikkelen dat hen fascineert. TOF vindt het dan ook geen goede ontwikkeling dat steeds meer masterprogramma’s dichtgetimmerde vakkenpakketten zijn. In een masteropleiding zouden studenten juist gestimuleerd moeten worden om tot nieuwe inzichten te komen door nieuwe dingen te onderzoeken.

 

1.3 Verengelsing van het onderwijs

Op de FGw is er een trend zichtbaar waarbij steeds meer opleidingen in het Engels worden aangeboden. Deze verengelsing is volgens TOF een gecompliceerde kwestie. Engelstalig onderwijs heeft zowel voor- als nadelen ten opzichte van het huidige Nederlandstalige onderwijs. Het is daarbij belangrijk dat de nadelen van verengelsing erkend worden en dat er bij de verengelsing van een opleiding een risicoanalyse gemaakt wordt. De nadelen dienen zoveel mogelijk te worden ingedamd, zodat studenten en docenten zo min mogelijk schade ondervinden aan het wijzigen van de voertaal. TOF vindt dat voertaalwijzigingen enkel mogen plaatsvinden vanwege goede onderwijsinhoudelijke redenen en niet om alleen het rendement van een opleiding te vergroten. Volgens TOF kan de faculteit op dit moment niet voor iedere opleiding het behoud van de onderwijskwaliteit garanderen als de voertaal Engels is. Indien inhoud verloren gaat en/of kennisoverdracht bemoeilijkt wordt, vindt TOF verengelsing een kwalijke zaak. De kwaliteit van de opleiding dient voorop te staan en niet het wijzigen van de voertaal vanwege financiële redenen. Verder vindt TOF het belangrijk dat zowel docenten als studenten goed worden begeleid en ondersteund wanneer de voertaal van een opleiding verandert.

 

1.4 Interdisciplinariteit en brede opleidingen

Volgens TOF kan interdisciplinariteit tussen vakgebieden leiden tot interessante nieuwe inzichten. Om die reden moedigt TOF interdisciplinariteit dan ook aan. Dit betekent echter niet dat TOF vindt dat er meer interdisciplinaire bacheloropleidingen moeten komen. Brede opleidingen gaan voor TOF niet boven specialistische opleidingen. Interdisciplinariteit wordt volgens TOF waardevol als voldoende kennis van specialismen of disciplines gedeeld wordt. Studenten zouden dan ook eerst voldoende kennis van een bepaald specialisme moeten opdoen voordat zij zich richten op interdisciplinariteit. Interdisciplinair onderwijs moet gezien worden als aanvulling op specialistisch onderwijs en zou nooit als vervanging van dit onderwijs mogen worden doorgevoerd. Om die reden vindt TOF dat er in masteropleidingen eerder plaats zou moeten zijn voor interdisciplinariteit dan bij bacheloropleidingen.

 

1.5 Diversiteit

In de afgelopen jaren is diversiteit een steeds belangrijker thema geworden op de universiteit. Er is bijvoorbeeld een groeiende kritiek op het westers georiënteerde vakaanbod van de universiteit. Sommigen willen dit oplossen door opleidingen te verplichten bepaalde vakken op te nemen in het curriculum die niet-westers georiënteerd zijn. Volgens TOF is het niet wenselijk om opleidingen te dwingen om dergelijke vakken in het curriculum op te nemen, maar is het goed opleidingen te stimuleren hun curriculum kritisch te bekijken en waar nodig te wijzigen. Door één specifieke invalshoek te kiezen sluit je de andere uit en dat geldt in beide richtingen. TOF vindt daarom dat het beter is om studenten bewust te maken van hun perspectief en dat van de auteurs van het bronmateriaal. Deze bewustwording zorgt voor een overstijging van de eigen invalshoek en opent de deuren voor verbreding en verdieping.

TOF moedigt maatregelen aan die zorgen voor een betere afspiegeling van de samenleving onder de studenten en docenten van de FGw, zoals de diversity officer. Amsterdam is een diverse stad en het zou het onderwijs ten goede komen als de docenten- en studentenpopulatie van de UvA deze diversiteit weerspiegelt. Verschillende achtergronden zorgen voor een levendige discussie in de werkgroep waarin iedereen van de afwijkende standpunten kan leren.

 

1.6 Werkgroepen

Volgens TOF is het belangrijk dat de studenten van de faculteit de ruimte krijgen om inhoudelijke discussies te voeren tijdens de werkgroepen. Deze colleges moeten er zo op ingericht zijn dat het debat wordt gestimuleerd, gedachten uitgewisseld worden en er mogelijkheid is tot verdieping. Dit is erg belangrijk voor de algehele kwaliteit van het onderwijs. TOF vindt dat elke studenten de mogelijkheid moet hebben om zich te verdiepen door een open discussie en een kritische houding ten opzichte van de andere studenten, de docent en het bronmateriaal. Om deze verdieping te waarborgen is het belangrijk dat, op de eerste plaats, de werkgroepen niet te groot zijn. TOF pleit dan ook voor een maximum aantal studenten binnen een werkgroep, naast het bestaande minimum. Daarnaast moeten de docenten vrij zijn in de organisatie van hun vak en de bijbehorende tentaminering.

 

1.7 Huisvesting

TOF is van mening dat de leeromgeving van de student erg belangrijk is. Dit betekent niet alleen dat de universiteitsgebouwen moet faciliteren die groot genoeg zijn, maar ook dat de gebouwen in een goede staat verkeren en dat er ruimte is voor de studenten om te studeren, om te overleggen en om te ontspannen. TOF zal zich de komende jaren dan ook hard maken voor een goede verhuizing van de geesteswetenschappen naar de Binnenstadscampus. Het is essentieel dat er genoeg studieruimte is, genoeg lokalen zijn, een goede kantine is en ruimte voor ontspanning. Daarnaast vindt TOF dat er stilteruimtes gefaciliteerd moeten worden, zodat studenten zich terug kunnen trekken als dat nodig is. Ook achten we van belang dat studieverenigingen en andere studentenorganisaties op de campus een plek hebben van waaruit zij hun activiteiten kunnen organiseren.