Toekomst

Tijdens je opleiding ontwikkel je allerlei academische vaardigheden, die op verschillende manieren belangrijk zijn voor het functioneren van de maatschappij. Volgens TOF is het belangrijk dat studenten zich bewust zijn van de vaardigheden die zij hebben opgedaan tijdens hun opleiding. De faculteit zou bij deze bewustwording een grotere rol moeten spelen.

 

3.1 Zelfontplooiing

Een belangrijke taak van de universiteit is volgens TOF studenten de mogelijkheid geven zich in alle vrijheid te ontplooien. De kritische geesten die de FGw voortbrengt, zijn onmisbaar voor het functioneren van onze samenleving. Helaas is de afgelopen decennia het maatschappelijk beeld over onderwijs sterk veranderd. Kennis is niet langer een doel an sich, maar wordt gezien als motor van de economie. Zeker ook voor de geesteswetenschappen heeft deze trend negatieve gevolgen, omdat het ‘nut’ van onze opleidingen niet altijd kwantitatief te meten valt. Deze economische kijk op onderwijs is problematisch en TOF is van mening dat de faculteit zich zou moeten inzetten om het imago van de geesteswetenschappen in de maatschappij te verbeteren. Initiatieven als het Venture Lab, waarbij studenten begeleid worden in het starten van een eigen onderneming, dienen dit doel volgens TOF momenteel niet. Ook hier ligt de nadruk te veel op de student als aankomend ondernemer in plaats van op ontplooiing en ontwikkeling.

TOF vindt het belangrijk dat studenten alles uit hun studietijd kunnen halen. Als het reguliere programma niet voldoende uitdaging biedt voor een student, moet er altijd de mogelijkheid zijn deel te nemen aan extracurriculaire programma’s, zoals het honoursprogramma. Ingangseisen in de vorm van cijfergemiddeldes zijn volgens TOF niet de manier om studenten hiervoor te selecteren. Er zou dan ook alleen gekeken moeten worden naar de motivatie van de student. Volgens TOF kunnen studenten dan binnen het programma laten zien wat ze in huis hebben.

 

3.2 Afgestudeerd, en wat dan?

Volgens TOF is arbeidsoriëntatie zeker niet onbelangrijk. Studenten moeten beslist de mogelijkheid krijgen na te denken over wat zij willen doen na hun studie en de faculteit moet opleidingen hierin faciliteren. Arbeidsoriëntatie mag echter geen verplicht onderdeel van het curriculum worden en daarmee kostbare onderwijstijd innemen. Goede voorlichting en studiebegeleiding is hierbij volgens TOF essentieel. De faculteit moet studenten tijdig en goed informeren op het gebied van arbeidsoriëntatie, bijvoorbeeld door middel van het organiseren van voorlichtingsdagen en het wijzen op stagemogelijkheden. Daarnaast moeten studiebegeleiders in staat zijn de student te adviseren over minor-, stage- en buitenlandmogelijkheden die aansluiten bij eventuele toekomstwensen van de student. Volgens TOF valt er hier voor de faculteit nog veel te winnen.