Versterking studentenvertegenwoordiging

Volgens TOF is het belangrijk dat de studentenvertegenwoordigers voldoende medezeggenschap krijgen. Na de bezettingen en demonstraties van 2015 is de medezeggenschap al enigszins uitgebreid, zoals met de Wet Versterking Bestuurskracht die de opleidingscommissies meer inspraak geeft in opleidingsgerelateerde zaken. TOF vindt echter dat er nog veel ruimte voor verbetering is.

 

2.1 Opleidingscommissies

De versterking van de medezeggenschap van opleidingscommissies (OC’s) naar aanleiding van de Wet Versterking Bestuurskracht is volgens TOF een goede ontwikkeling. Deze wet geeft OC’s namelijk meer rechten, waardoor zij per 1 september 2017 een officieel medezeggenschapsorgaan zijn. OC’s krijgen dan direct inspraak op onderwijsgerelateerd beleid dat gaat over hun opleidingen. Dit vindt TOF een goede zaak, want de leden van de OC’s hebben, veel meer dan centrale bestuurders, zicht op wat er speelt bij de opleiding. Om ervoor te zorgen dat de OC’s hun nieuwe taken naar behoren kunnen uitvoeren, moet er echter nog wel het een en ander verbeteren. Allereerst krijgen de OC-leden te weinig uren om de taken die horen bij de uitbreiding van hun rechten uit te kunnen voeren. TOF wil zich er dan ook hard voor maken om het aantal uur voor OC-leden te verhogen. Bovendien is TOF van mening dat de OC’s goede ambtelijke ondersteuning moeten krijgen. Daarnaast moeten de middelen voor OC’s om de mening van studenten te peilen verbeteren. Het evalueren van vakken is daarin een belangrijk onderdeel. Het huidige evaluatiesysteem UvA Q wordt maar door weinig studenten gebruikt en functioneert volgens TOF niet voldoende. Er moet dan ook nagedacht worden over andere manieren om vakken te evalueren, bijvoorbeeld door het herinvoeren van papieren evaluaties in de laatste werkgroep. OC’s moeten zelf kunnen bepalen in welke vorm vakken geëvalueerd worden.

 

2.2 Representatieve medezeggenschap

TOF is van mening dat de faculteit studenten moet stimuleren om betrokken te raken bij het beleid van de faculteit, door bijvoorbeeld tijdens de eerste introductiedag de studentenraden ook aan het woord te laten. Daarnaast is het belangrijk dat studentenraden zelf werken aan hun zichtbaarheid. Dit kan bijvoorbeeld door zichtbaarheidsacties (digitaal en fysiek), lezingen of door langs te gaan bij colleges. Wanneer studenten zich meer vertegenwoordigd voelen door de studentenraad van de faculteit, kan de studentenraad een groter publiek aanspreken. Door een grotere opkomst bij de studentenraadsverkiezingen vertegenwoordigen de raden meer studenten en kan het draagvlak worden vergroot.

TOF wil dat studentenbetrokkenheid gestimuleerd wordt en is daarom voor een grotere rol voor de Facultaire Studentenraad (FSR) en de OC’s. TOF is echter geen voorstander van referenda [zie het standpunt van TOF op de website met betrekking tot referenda: https://trotsopfgw.nl/nieuwss/partijstandpunt-tof-omtrent-referenda/]. Hoewel TOF graag zou willen dat zoveel mogelijk studenten betrokken zijn bij het beleid en de problematiek van de faculteit, betekent dit niet dat studenten ingelezen zijn in alle beleidsstukken én daar een gedegen standpunt over kunnen innemen. De student is er primair om aan goed onderwijs deel te nemen en de verschillende studentenafvaardigingen moeten erop toezien dat de onderwijskwaliteit behouden blijft, mede met behulp van input van studenten. Er kan van studenten dan ook niet verwacht worden dat zij zich verdiepen in de problematiek van de faculteit en de discussies en beleidsstukken hierover. Daarom vindt TOF referenda voor studenten niet wenselijk.