De persoonlijke faculteit

TOF vindt het belangrijk dat studenten een studieprogramma volgen dat aansluit bij hun interesses en dat studenten zich zo goed mogelijk ontwikkelen binnen hun studie. Bepaalde ontwikkelingen op de faculteit, zoals rendementsmaatregelen en bezuinigingen, beïnvloeden het onderwijs dat jij als student volgt. TOF vindt het belangrijk om kritisch naar deze maatregelen te kijken en in dialoog te treden om sommige maatregelen te veranderen of af te schaffen.

Weg met het rendementsdenken

De faculteit is geen winkel en de studenten zijn geen klanten. Door de faculteit als een diplomafabriek te beschouwen, sneuvelen de oorspronkelijke functies van een faculteit in ruil voor een zo hoog mogelijk rendement. Het blindstaren op rendement heeft geleid tot verschoolsing, verschraling van het onderwijsaanbod en een voor veel studenten te grote prestatiedruk. Hoe meer studenten nominaal afstuderen, hoe meer geld de faculteit krijgt. Hierdoor worden veel van de dingen die de kans vergroten dat je langer studeert door de faculteit ontmoedigd. In de afgelopen jaren zijn er verschillende regels ingevoerd om studenten zo snel mogelijk door de studie heen te loodsen, zonder dat deze de kwaliteit van het onderwijs en het welzijn van de student vergroten. Deze regels zullen onder de volgende kopjes verder worden toegelicht. TOF wil af van de focus op rendement en aan de slag om te werken aan maatregelen die écht goed zijn voor de ontwikkeling van studenten en aansluiten op hoe TOF de faculteit ziet (zie inleiding).

BSA

Het bindend studieadvies moet verdwijnen. Studenten zouden niet een studie ontzegd moeten worden op basis van het aantal studiepunten dat ze halen tijdens het eerste jaar. Uiteraard kan het verloop van de propedeuse wel een indicatie zijn van in hoeverre de studie bij de student past. TOF wil pleiten voor het overstappen van een bindend studieadvies naar een niet-bindend studieadvies. Wanneer de student er zelf van overtuigd is dat de student een juiste studiekeuze heeft gemaakt, dan zou het mogelijk moeten zijn om ondanks een eventueel negatief advies te besluiten om door te gaan. Op deze manier blijven opleidingen ook toegankelijk voor studenten die meer tijd nodig hebben om een opleiding af te ronden.

Terugdringen van de verschoolsing

Om studenten zo snel mogelijk af te laten studeren is de faculteit steeds schoolser geworden. Dit komt door een opeenstapeling van een aantal maatregelen. TOF wil deze maatregelen opnieuw kritisch bekijken. Allereerst is er sprake van een groot minimum aantal toetsmomenten en NAV/AVV-opdrachten bij vakken. Studenten zouden op deze manier constant geprikkeld worden om hard te studeren. De realiteit is dat de motivatie om te werken verschuift van interesse naar voldoen aan cijferverwachtingen en dat een deel van de studenten een enorme prestatiedruk ervaart. Ten tweede is er bij de meeste werkgroepen een aanwezigheidsplicht. TOF vindt het de eigen verantwoordelijkheid van een student om wel of niet naar een werkgroep te gaan. Op die manier worden studenten serieuzer genomen en worden de werkgroepen inhoudelijker, omdat dan alleen een inhoudelijke motivatie studenten naar het college brengt. Een actieve werkhouding zou voort moeten komen uit inhoudelijke motivatie en niet uit cijferdruk. Ten derde vindt TOF dat zaken als controles op het wel of niet voorbereiden van colleges niet thuishoren aan een universiteit. Studenten zijn zelf verantwoordelijk voor het voorbereiden van colleges en hoeven hier niet op te worden gecontroleerd.

Versoepeling jaarindeling 8-8-4

De huidige jaarindeling verplicht opleidingen om hun onderwijs vorm te geven aan de hand van een uniform schema. Hierbij is nauwelijks ruimte voor de specifieke wensen van studenten en docenten. TOF vindt dat er altijd een mogelijkheid moet zijn om af te wijken van de jaarindeling 8-8-4 wanneer dit de onderwijskwaliteit ten goede komt. Wanneer versoepeling niet voldoende blijkt, dan zou er op termijn gekeken moeten worden naar een nieuwe jaarindeling die studenten meer ademruimte biedt en opleidingen meer ruimte geeft in hun programmering.

Engelse taal in dienst van het onderwijs

Meerdere opleidingen zijn in de afgelopen jaren overgestapt naar een Engelstalig programma. Sommige bachelors worden geheel in het Engels gegeven (Linguistics), terwijl andere een Engelstalige track erbij kregen (Media Studies). Bij de afdeling Kunst en Cultuur is mogelijk zelfs sprake van een geheel nieuwe engelstalige opleiding genaamd Arts and Culture. TOF vindt onderwijskwaliteit het belangrijkst en vindt dat opleidingen alleen Engels mogen worden wanneer dit daadwerkelijk in dienst staat van het onderwijs. Wat in de praktijk helaas ook voorkomt, is dat een opleiding verengelst om meer (internationale studenten) aan te trekken. Op deze manier haalt de opleiding meer geld binnen. Dergelijke ontwikkelingen kunnen ten koste gaan van de kwaliteit van het onderwijs. Sommige docenten beheersen het Engels onvoldoende en studenten geven aan dat ze zich vaak minder goed kunnen of durven te uiten in het Engels. Een gevolg hiervan is dat de stof minder snel behandeld kan worden en dat bepaalde essentiële nuances verloren gaan in plenaire discussies. Wanneer een opleiding Engels wil worden vindt TOF het belangrijk om kritisch naar de beweegredenen en gevolgen hiervan te kijken. Wij willen dat opleidingen concrete voorstellen doen om de genoemde nadelen te voorkomen.

Bezuinigingen

Ondanks de vele inspanningen voor een ruimer budget, moet er helaas ook dit jaar bezuinigd worden. Voorheen werden deze bezuinigingen verspreid over alle opleidingen, met verschraling van het onderwijsaanbod bij al deze opleidingen tot gevolg. Het verder inperken van onderwijsaanbod en keuzeruimte zal de kwaliteit van het onderwijs drastisch verlagen. TOF vindt dat bij elke keuze onderwijskwaliteit voorop moet staan, ook bij bezuinigingen. Dit houdt in dat TOF zich te allen tijde hard zal maken voor opleidingen die kwalitatief goed zijn en waar ruimte is voor specialisering. Keuzeruimte is hierbij een belangrijk goed. Het is juist de diversiteit aan opleidingen die onze faculteit zo bijzonder maakt. Sommige opleidingen zijn de enige in Nederland, maar vanwege het lage aantal studenten relatief duur. TOF vindt het belangrijk dat de waarde van deze opleidingen ingezien wordt. TOF zal er komend jaar dan ook alles aan doen om kleine opleidingen en keuzeruimte te behouden. Dit houdt allereerst in dat TOF actief zal pleiten voor andere vormen van bezuinigen. Elke andere optie dient verkend te worden alvorens er verder aan het onderwijs geschaafd wordt, zoals bezuinigen op de diensten die de UvA afneemt. Daarnaast houdt TOF ook hier het credo hoog dat wanneer dialoog nergens toe leidt, actie nodig is.

Goedkope en toegankelijke catering

TOF vindt het belangrijk dat studenten toegang hebben tot goedkoop eten gedurende de hele dag. Onder andere TOF heeft zich afgelopen jaar via de studentenraad hard gemaakt voor goedkopere producten en meer veganistische opties in de kantine, maar de huidige cateraar heeft daar niet veel concessies in gedaan. Aankomend jaar zal er begonnen worden met onderhandelingen betreffende een nieuw cateringcontract. TOF wil in deze onderhandelingen een paar eisen stellen, namelijk dat er te allen tijde goedkope producten aangeboden worden, dat er genoeg veganistische opties zijn en dat ook mensen met allergieën eten kunnen kopen in de kantine. TOF vindt het belangrijk dat in deze onderhandelingen elke mogelijkheid verkend wordt, ook de optie dat de universiteit zelf de catering op zich neemt.

Groen onder de aandacht

TOF vindt dat duurzaamheid een grotere prioriteit moet worden aan de faculteit. Door in te zetten in te zetten op verduurzaming kan de faculteit laten zien dat zij op de toekomst gericht is. Op dit moment zijn de voorbereidingen voor het universiteitskwartier in volle gang. TOF vindt dat duurzaamheid een prioriteit moet zijn voor deze nieuwe campus. Gelukkig wordt het belang van duurzaamheid hier al erkend. De ambitie voor de nieuwe UB is om een BREEAM-niveau van ‘very good’ te bereiken en de rest van het universiteitskwartier zou energieneutraal worden. BREEAM is een beoordelingsmethode om de duurzaamheidsprestatie van gebouwen te bepalen. Het BREEAM-niveau van ‘very good’ lijkt ambitieus, maar is het zeker niet. Bovendien komt er geen enkele controle op het uiteindelijke niveau. Er is dus een ontoereikende ambitie die mogelijk niet eens wordt bereikt. TOF wil een controle op het BREEAM-niveau van de nieuwe UB en een kritisch toezicht op het bereiken van de ambitie voor de rest van het universiteitskwartier om energieneutraal te worden. Bij de bouw zelf zou duurzaamheid ook een prioriteit moeten zijn. Een groot deel van de verbouwingen voor het universiteitskwartier zijn renovaties, hergebruik van bestaande materialen zou daarbij het uitgangspunt moeten zijn. Naast duurzaamheid bij de nieuwe campus zou er ook gezocht moeten worden naar manieren om de inhoudelijke link tussen de geesteswetenschappen en duurzaamheid op te zoeken, dat zou een verrijking van het onderwijs kunnen betekenen. Verder zou de faculteit duurzaam gedrag van studenten moeten aanmoedigen en de huidige pilot met afvalscheiding moeten uitbreiden.