De toegankelijke faculteit

TOF wil dat het onderwijs toegankelijk is voor elke student die zich op universitair niveau wil ontwikkelen via een studie aan de FGw. TOF zet zich dan ook in voor een toegankelijke faculteit waar verschillende studenten van het onderwijs kunnen genieten en maakt zich hard voor verbeteringen op onder andere het gebied van diversiteit en studenten met een functiebeperking. Daarnaast wil TOF toegankelijk onderwijs op een andere manier nastreven, bijvoorbeeld door studenten toe te laten tot honoursprogramma’s op basis van hun motivatie in plaats van een cijfergemiddelde. Ook wil TOF niet langer dat vakken uitsluitend opengesteld worden voor studenten van research masters. Studenten moeten het onderwijs kunnen volgen dat aansluit bij hun interesses.

Diversiteit

In het toegankelijk maken van de faculteit dient gekeken te worden naar diversiteit. Diversiteit is een veelomvattend begrip. Dit kan bijvoorbeeld gaan over etniciteit, gender, seksualiteit, competenties, verschillende perspectieven, en nog veel meer. Daarnaast kan diversiteit op verschillende lagen toegepast worden. Denk aan curriculum, onderzoek, docenten, ondersteunend personeel, bestuur, studenten, sollicitatiecommissies, manieren van communiceren etc. TOF vindt het belangrijk dat voor elk aspect van diversiteit aandacht is en blijft. Er moet gezocht worden naar duurzame manieren van inbrengen van diversiteit. TOF vindt dat de diversity officer die momenteel is aangesteld een breed beeld moet schetsen van de faculteit en hierbij een passend diversiteitsbeleid moet opstellen. Dit beleid moet zowel lange termijn doelstellingen en strevens bevatten, alsook dingen die nu al verbeterd kunnen worden. Alle aspecten van diversiteit dienen hierbij gehoord te worden. De diversity officer zou daarnaast een meldpunt moeten vormen voor racisme, seksisme of andere vormen van uitsluiting. TOF vindt het belangrijk dat de diversity officer genoeg geld krijgt om de beoogde taken grondig uit te kunnen voeren.

TOF vindt dat er genoeg aspecten zijn die de faculteit en de opleidingen nu al zouden kunnen oppakken. TOF moedigt de faculteit en opleidingen dan ook aan dit al te doen. Enkele voorbeelden van aspecten die faculteit en opleidingen op dienen te pakken zijn dat elke opleiding studenten bewust moet maken van het perspectief van waaruit ze de wetenschap leren en beoefenen. Op deze manier kunnen studenten de geschiedenis van de wetenschap beter contextualiseren en leert de student dit ook zelf te interpreteren. Dit is een essentiële en zeer waardevolle vaardigheid als academicus. De faculteit dient initiatieven van onderop om meer diversiteit in het curriculum te brengen te stimuleren en te faciliteren. Dit kan bijvoorbeeld door het aanbieden van curriculumscans. Daarnaast zou de communicatie van de faculteit al veel inclusiever kunnen zijn door bijvoorbeeld het mijden van hij/zij, kijken naar welke personen aan het woord zijn in de nieuwsflits, of het niet registreren van man/vrouw bij inschrijfformulieren of het aanbieden van een extra optie. De faculteit en opleidingen zouden daarbij ook veel bewuster moeten kijken naar de samenstelling van sollicitatiecommissies of het personeelsbestand. Daarnaast kan de faculteit haar opleidingen onder de aandacht brengen bij een breder scala aan middelbare scholen om een meer diverse studentenpopulatie te bewerkstelligen. TOF is van mening dat een meer diverse omgeving het onderwijs ten goede komt en wil zich hier dan ook voor inzetten volgend jaar.

Betere voorzieningen voor studenten met een functiebeperking

De studentenraad heeft onlangs een enquête gehouden naar de ervaringen van studenten over het studeren met een functiebeperking. TOF wil komend jaar zoveel mogelijk van de aanbevelingen die volgden uit dit onderzoek realiseren, omdat het onderwijs ook volledig toegankelijk moet zijn voor studenten met een functiebeperking. Er zijn veel voorzieningen mogelijk voor studenten met een functiebeperking, maar deze zijn op dit moment niet zichtbaar genoeg. De informatievoorziening hierover kan beter en het moet makkelijker worden om als student deze voorzieningen aan te vragen. Studenten geven aan vaak het gevoel te hebben van het kastje naar de muur te worden gestuurd wanneer zij naar de studieadviseur, studentendecaan of tutor gaan. Wanneer zij eenmaal de juiste begeleider hebben gevonden, blijkt deze geregeld niet goed op de hoogte van de mogelijkheden en rechten van een student met een functiebeperking. TOF pleit daarom voor een disability officer, iemand met zowel voldoende bevoegdheden als kennis om studenten met een functiebeperking te kunnen helpen. Ook is het belangrijk dat er bij de bouw van het nieuwe universiteitskwartier rekening wordt gehouden met de toegankelijkheid voor mensen met een fysieke functiebeperking. Studenten met ademhalingsproblemen moeten bijvoorbeeld toegang hebben tot de liften en in lokalen moet geen tapijt liggen. Deze zaken zijn makkelijk te realiseren bij de bouw van het nieuwe universiteitskwartier en TOF zal er dan ook op toezien dat hier rekening mee gehouden wordt.

(Mental) Health

Het taboe rondom mentale of fysieke gezondheidsproblemen lijkt langzaamaan minder te worden, gezien de komst van initiatieven als de ‘UvA Health Week’. Toch vindt TOF dat de FGw hier nog een grote verantwoordelijkheid heeft liggen. Studenten trekken vaak niet aan de bel als ze tegen de grenzen van hun kunnen aanlopen. Werkdruk, zorgen om financiën, geen huis kunnen vinden, last van menstruatie of hormoonschommelingen, de mentale gevolgen van ziek zijn: het zijn allemaal onderwerpen die studenten ‘zelf’ moeten oplossen. TOF vindt dat de UvA, voor zover deze klachten voortkomen uit de studie of wanneer de studie door deze klachten in het geding komt, de verantwoordelijkheid moet oppakken studenten hierbij te helpen. Zo moet het duidelijker zijn waar ze terecht kunnen. Dat alleen is echter niet genoeg. Studenten moeten zich gesteund voelen om over deze zaken te praten. Veel studenten hebben het gevoel dat hun problemen niet altijd legitieme problemen zijn om met een docent of studieadviseur te bespreken. TOF zal zich inzetten om het taboe rondom deze onderwerpen te doorbreken. Samen met de faculteit moet er gekeken worden hoe er een omgeving gecreëerd kan worden waarin deze zaken serieus worden genomen, studenten zich gesteund voelen deze zaken te bespreken en waarin docenten waar nodig flexibel om kunnen gaan met deadlines zodat een gezonde werkomgeving voor alle studenten ontstaat. Op die manier kunnen escalaties als burn-outs voorkomen worden.

Geen pilot flexstuderen

TOF vindt het belangrijk dat onderwijs toegankelijk is voor studenten die naast hun studie nevenactiviteiten doen of werken en daardoor minder vakken kunnen volgen. Ook persoonlijke omstandigheden, zoals recent of naderend ouderschap of het hebben van een functiebeperking, kunnen redenen zijn om minder vakken te volgen. Studenten die minder vakken volgen, betalen evenveel collegegeld als studenten die een regulier studieprogramma volgen. Dit maakt het financieel onaantrekkelijk om bijvoorbeeld aan een bestuursjaar te beginnen, om de medezeggenschap in te gaan of om je in te schrijven voor een jaar voltijds studenten. Een vaak genoemde oplossing voor de ontoegankelijkheid van onderwijs voor de zojuist genoemde groepen studenten, is flexstuderen. Flexstuderen is de mogelijkheid voor studenten om te betalen per vak waar zij zich voor inschrijven. TOF is een tegenstander van flexstuderen. Daarom vinden wij van TOF ook dat het onverstandig is om de bestaande pilot flexstuderen aan de UvA, ook bij opleidingen aan de FGw, toe te passen. Een dergelijk systeem bewerkstelligt namelijk de commercialisering van het onderwijs. TOF wil geen faculteit waar studenten vakken aan hun winkelmandje kunnen toevoegen om vervolgens per stuk af te rekenen. Wanneer studenten betalen per vak, zou de focus op de latere financiële opbrengst van vakken groter kunnen worden, waardoor vakken die gericht zijn op een bepaald beroep populairder worden, wat ten koste kan gaan van inhoudelijke interesse als motivatie. Vakken zullen op deze manier producten worden met een nóg grotere focus op rendement in plaats van op kwaliteit. Verder ondermijnt flexstuderen de zorgvuldig samengestelde programma’s. Flexstuderen veronderstelt een zekere autonomie van vakken, maar binnen een discipline vormen de vakken een samenhangend geheel. De vakken zijn met zorg op een bepaalde manier en op een bepaald moment samengesteld. In plaats van flexstuderen, kijkt TOF liever naar de mogelijkheid tot het verbeteren van goede deeltijdprogrammas. TOF pleit ook voor een grotere financiële compensatie voor nevenactiviteiten op de universiteit. Op die manier wordt het makkelijker om activiteiten naast de studie te doen, zonder dat er sprake is van de genoemde nadelen van flexstuderen. Bovendien wil TOF volgend jaar bereiken dat er beter naar studenten gecommuniceerd wordt wat de bestaande regels zijn rondom het betalen van collegegeld, zodat het voor studenten duidelijk is wanneer ze bijvoorbeeld aan het begin van het studiejaar nog slechts één vak moeten afronden. TOF wil aan de slag gaan om het onderwijs toegankelijk te houden en niet te commercialiseren.