Onderwijs door overleg

Decentralisatie

TOF is een decentrale partij en kiest er bewust voor zich alleen op de FGw te richten. Alleen als beslissingen zo veel mogelijk op het niveau van onze faculteit gemaakt worden, kan het unieke karakter van de Geesteswetenschappen gewaarborgd worden. TOF kiest voor subsidiariteit: besluitvorming dient plaats te vinden op het laagst mogelijke niveau. Idealiter is dit het niveau van de opleiding zelf, waar experts kwalitatief hoogwaardig onderwijs het beste kunnen garanderen. Ons credo is daarom: decentraal waar het mogelijk is.

Faculteitsbrede deliberatie

TOF gelooft dat docenten en studenten zelf het beste weten wat goed voor hun opleiding is. Zij moeten dus zo veel mogelijk betrokken worden bij het vormen van beleid aan de FGw. Beslissingen moeten daarom niet gemaakt worden in achterkamertjes, maar in openbare bijeenkomsten. Waar mogelijk, ziet TOF graag dat de mening van docenten en studenten bij dergelijke bijeenkomsten wordt gehoord en meegenomen. Ook vindt TOF dat de visie van de faculteit altijd gevormd moet worden op basis van openbare beleidsdocumenten waar iedereen input op kan geven. Als het gaat om het vormgeven van een plan voor de langere termijn, is overleg met de achterban een vereiste.

Opleidingscommissie

De medezeggenschap op het laagste niveau van besluitvorming aan de FGw is de opleidingscommissie (OC), die voor de helft bestaat uit docenten en voor de helft uit studenten. De OC geeft advies aan de opleidingsdirecteur en waarborgt op deze manier de kwaliteit van het onderwijs op het laagste niveau. Omdat het voor de opleiding belangrijk is dat de OC zo sterk mogelijk is, denkt TOF dat de volgende zaken moeten veranderen:

  • De OC moet beter geïnformeerd worden over de nieuwe rechten die zij heeft verworven sinds de wetswijziging van september 2017. Niet alleen de nieuwe studentleden, maar ook docenten die al langer in de OC zitten, moeten op de hoogte worden gebracht van de rechten van de OC, bijvoorbeeld door een trainingen.
  • OC’s moeten instemmingsrecht krijgen op de begroting van hun opleiding.
  • OC’s moeten betere ambtelijke ondersteuning krijgen. Hoewel alle OC’s ondertussen een ambtelijk secretaris hebben, krijgt deze in de praktijk nog niet genoeg uren.
  • De OC moet een scholingsbudget voor trainingen krijgen.
  • Docentleden van OC’s moeten meer uren krijgen voor hun taken in de OC.
  • De Onderwijs- en Examenregeling moet op tijd vertaald worden, zodat ook Engelstalige OC’s voldoende tijd hebben om een gedegen advies uit te brengen.
  • Alle OC’s moeten een Canvaspagina krijgen om studenten en docenten van de opleiding te bereiken.

OC verkiezingen

Sinds een wetswijziging uit 2017 is de OC officieel een medezeggenschapsorgaan. De OC heeft meer en meer verregaande rechten gekregen en er wordt verwacht dat zij docenten en studenten van de opleiding vertegenwoordigt. TOF denkt dat de studentgeleding van de OC de taak het beste uit kan voeren en eerder naar studenten zal luisteren als de leden ervan verkozen zijn. Om deze reden pleit TOF ervoor de praktische moeilijkheden omtrent het verkiezen van OC’s zo snel mogelijk op te lossen. Hoewel verkiezingen de voorkeur hebben, heeft de praktijk laten zien dat er te weinig animo is bij aspirant-OC-studentleden om mee te doen aan verkiezingen en dat dit leidt tot lege plekken in OC’s. TOF is daarom van mening dat OC’s ook zonder verkiezingen gevuld moeten zijn met genoeg studentleden die expertise en draagvlak meenemen. Om de angst voor verkiezingen weg te nemen, moet de OC volledig gefaciliteerd worden, de Facultaire Studentenraad kan de OC hierbij helpen. OC’s die niet verkozen worden, dienen meer aandacht te besteden aan het betrekken van hun achterban. De Facultaire Studentenraad en de Faculteit kunnen OC’s helpen contact te leggen met hun achterban.

Een democratischer curriculum

Omdat studenten en docenten invloed uit moeten kunnen oefenen op de uiteindelijke inhoud van het curriculum, denkt TOF dat de opleidingscommissie beter en in een eerder stadium actief betrokken moeten worden bij veranderingen in de vormgeving van het curriculum. Door de OC eerder te betrekken in het proces, kunnen hun eventuele bezwaren tijdig uit de weg worden geruimd en hebben zij de kans met hun achterban te overleggen.

Een decentrale Centrale Studentenraad

De Centrale Studentenraad (CSR) van de UvA bestaat momenteel uit 14 leden. De helft van deze leden wordt direct verkozen door de studenten van de UvA, de andere plekken zijn voor afgevaardigden van de zeven faculteiten van de UvA. TOF is van mening dat alle 14 leden van de CSR afgevaardigden zouden moeten zijn. Alleen op die manier staat de CSR immers in dienst van de faculteiten en kan gewaarborgd worden dat het centrale UvA-beleid gecontroleerd wordt door studenten die het facultaire belang in het oog houden.

In het kader van de decentralisatie van de CSR, vindt TOF dat een aantal dossiers waar de CSR nu rechten op heeft, decentraal belegd moet worden. Hieronder vallen bijvoorbeeld selectieregelingen en regelingen omtrent numerus fixus. Deze regelingen zijn van kracht op specifieke opleidingen, maar de rechten zijn centraal belegd. Ook zou het College van Bestuur zeer terughoudend moeten zijn met het instellen van centraal geldende regels voor opleidingen. Naast het instemmingsrecht dat er centraal op de begroting is, moeten ook Facultaire Studentenraden volgens TOF instemmen met de begroting voordat deze kan worden aangenomen.