Onderwijs voor alle studenten

Diversiteit

TOF ziet diversiteit als een breed spectrum, waarin het belangrijk is dat er voor elk aspect van diversiteit aandacht krijgt én blijft krijgen. Er moet op de Faculteit onder andere structureel aandacht wordt besteed aan problemen omtrent etniciteit, gender, seksualiteit en verschillende perspectieven in de curricula. TOF wil dat diversiteit in de uitvoering en communicatie wordt gekoppeld aan dekolonisatie, sociale rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid. Een aantal jaar geleden is het diversiteitsrapport “Diversiteit is een werkwoord” in opdracht van de UvA opgesteld. TOF is van mening dat alle aanbevelingen van dit rapport voor het einde van het jaar geïmplementeerd moeten worden op zowel de FGw als de hele UvA. Om individuele studenten te helpen, zou de Faculteit der Geesteswetenschappen een representatieve ombudsman instellen om te fungeren als meldpunt voor racisme, seksisme en andere vormen van uitsluiting.

Verder is het belangrijk dat de facultaire Diversity Officer (DO), die zich op beleidsmatig vlak bezig houdt met diversiteit, genoeg uren krijgt om de taken uit te voeren. Momenteel is één van de leden van het Faculteitsbestuur de Facultaire Diversity Officer aan de FGw. TOF vindt dat de Diversity Officer geen lid moet zijn van het Faculteitsbestuur en is bovendien van mening dat het ook niet iemand hoeft te zijn uit het bestaande personeelsbestand aan de UvA. Liever zien wij dat de DO een persoon is die voldoende kennis heeft op het gebied van dekolonisatie en diversiteit binnen een organisatie en bij voorkeur iemand uit een gemarginaliseerde groep, bijvoorbeeld een persoon van kleur of een transpersoon. TOF gelooft dat iemand met dergelijke “lived experience” beter in staat zal zijn een diversiteitsbeleid vorm te geven. Om goed beleid te voeren op diversiteit, is het cruciaal dat er input wordt gevraagd van ervaringsdeskundigen, zo kunnen bijvoorbeeld groepen als University of Colour en Amsterdam United betrokken worden bij het vormen van het beleid.

Het is belangrijk dat de opleidingen en opleidingscommissies erop toezien dat studenten zich bewust worden van het perspectief van waaruit ze de wetenschap beoefenen. Via curriculumscans kan bovendien worden gezorgd dat de curricula worden gedekoloniseerd. Hoewel de faculteit zo veel mogelijk initiatieven van bottum up dient te stimuleren en faciliteren als het gaat om diversiteit, mag dit geen excuus zijn om niet zelf initiatief te nemen. Waar opleidingen het zelf nalaten plannen te maken, kan de faculteit een pro-actieve houding aannemen.

De faculteit dient kritisch te kijken naar de samenstelling van sollicitatiecommissies en het algehele personeelsbestand. Ook dient de mogelijkheid tot het instellen van quotas of prioriteit bij sollicitaties onderzocht te worden. Ook in werving van studenten is veel ruimte voor verbetering: door te werven bij een breder scala aan middelbare scholen. Een meer diverse omgeving komt immers ook het onderwijs ten goede. Ook is het belangrijk dat de Faculteit kritisch kijkt naar de eigen communicatie. Deze kan inclusiever zijn door bijvoorbeeld woorden als ‘hij’/’zij’ te mijden, verschillende personen aan het woord te laten in de nieuwsbrieven en te zorgen voor een extra optie naast man/vrouw op inschrijfformulieren.

Diversiteit is een onderwerp dat de UvA volgens TOF zowel op centraal als op facultair niveau zou moeten aanpakken. Op dit punt is veel te winnen: de studentenpopulatie van de UvA reflecteert momenteel niet de diversiteit in de inwoners van Nederland. Naast diversiteit in mensen, pleit TOF ook voor meer diverse curricula. Op het gebied van diversiteit dienen op centraal niveau de volgende maatregelen te worden gerealiseerd:

  • De diversity officers moeten meer uren voor hun taak krijgen. De UvA zou hier van centraal niveau een geoormerkt budget voor aan de faculteiten moeten geven.
  • De gehele UvA moet breder studenten en docenten gaan werven. Hiervoor kunnen bureaus worden ingeschakeld die specialiseren in bredere sociaal-economische werving.

Studeren met een functiebeperking

Uit de enquête die de Facultaire Studentenraad in 2017 afnam bij studenten met een functiebeperking is gebleken dat deze groep slecht gehoord wordt. TOF vindt daarom dat alle aanbevelingen die volgden uit deze enquête gevolgd moeten worden door het bestuur.
Om te beginnen zou er betere informatievoorziening moeten zijn omtrent studeren met een functiebeperking, omdat studenten nu vaak niet weten bij wie ze met hun klachten terecht kunnen. Om te voorkomen dat studenten van het kastje naar de muur worden gestuurd, pleit TOF voor het aanstellen van een disability officer die voldoende kennis en bevoegdheden heeft om studenten met een functiebeperking verder te helpen. Om continuïteit van de begeleiding te garanderen, moeten studenten zo veel mogelijk kunnen werken met één vaste contactpersoon. Ook moet het voor studenten makkelijker worden speciale voorzieningen aan te vragen.

Bij de bouw van de nieuwe binnenstadscampus is er veel te winnen als het gaat om studenten met zowel een fysieke als een mentale functiebeperking. TOF vindt dat er bijvoorbeeld genoeg liften, weinig tapijt en voldoende stilteruimtes moeten komen in de nieuwe en opgeknapte gebouwen.

Om de begeleiding van studenten met een functiebeperking te verfijnen, is het volgens TOF essentieel goed te luisteren naar studenten die op dit gebied ervaringsdeskundigen zijn. TOF vindt daarom dat het disability platform structureel betrokken moet worden bij de plannen van de FGw. Ook is TOF van mening dat er in de scholing van docenten aandacht moet zijn voor de omgang met studenten met een fysieke of mentale beperking.

Mentale gezondheid

Het is belangrijk dat de FGw niet alleen oog heeft voor fysieke, maar ook voor mentale functiebeperkingen van studenten. Omdat mentale beperkingen doorgaans minder zichtbaar zijn, ligt op het bespreken van dergelijke problemen vaak een taboe. TOF neemt een proactieve houding in voor het doorbreken van het taboe rondom mental health. Studenten zouden problemen met hun mentale gezondheid niet zelf moeten oplossen, maar dienen geholpen te worden door de faculteit. Om de prestatiedruk voor studenten te verminderen, zou de faculteit minder moeten focussen op excellentie en de nadruk meer moeten leggen op motivatie dan op cijfers.

Het is belangrijk dat studenten weten waar ze terecht kunnen met hun klachten omtrent mental health. Problemen van studenten moeten serieus genomen: er moeten genoeg personen zijn met wie studenten over hun mentale gezondheid kunnen praten. TOF wil dat de FGw een omgeving wordt waar problemen omtrent mental health serieus genomen worden en waar studenten zich gesteund voelen. Hiervoor moeten de doelstellingen in het VN verdrag niet alleen bereikt, maar zelfs overtroffen worden.

Studiebegeleiding

Het is voor alle studenten belangrijk dat zij aan de UvA goed begeleid worden. TOF vindt dat de Faculteit meer studieadviseurs moet aannemen die beter toegankelijk moeten zijn voor studenten. Momenteel zijn er vaak te lange wachttijden voor studenten om het over hun studievoortgang te hebben. Ook de studentenpsychologen moeten makkelijker toegankelijk zijn en minder lange wachtlijsten hebben. TOF is blij te zien dat er op initiatief van de studentenraad is gezorgd voor spreekuren bij de studentenpsychologen. Als drempels om studieadviseurs, studentenpsychologen en tutors te bezoeken verlaagd kunnen worden, is dat een goede zaak.